zondag 11 november 2012

Iceland Airwaves deel 3: De offvenueshows




Nadat we Iceland Airwaves eerder al inleidden en een verslag brachten van enkele bands, lijkt het ons nu tijd om het concept van de off-venueshows even uit te leggen. Er zijn er zo'n 450 en dat zijn 200 optredens meer dan het officiële programma te bieden heeft, je kan dus zeggen dat deze shows een groot onderdeel zijn van Iceland Airwaves.

U vraagt zich misschien af waar deze optredens doorgaan. Het antwoord op deze vraag is even eenvoudig als geniaal: overal waar het kan. Als er plaats genoeg is voor een PA en een band, dan is er plaats voor een off-venueshow. Zo was er een off-venueshow op een locatie waar slechts vijf mensen toegang toe kregen. Je hoeft niet echt over een hoge intelligentie te beschikken om te weten dat deze optredens heel erg gegeerd waren. Wijzelf raakten slechts een keer binnen voor een  band waar nog nooit iemand, wij ook niet, van gehoord had. Toch kon je, als je geluk had, naar Ólafur Arnalds en Sóley gaan kijken op deze locatie.

Andere off-venueshows vinden dan weer plaats in de verschillende cafés en restaurants in Reykjavík. Daar kan je naar vrijwel alle bands gaan kijken die ook deel uitmaken van het officiële programma en nog veel meer. Want zoals jullie wellicht weten is IJsland een erg muzikaal land, er zijn zoveel bands dat je je begint af te vragen of er überhaupt wel een IJslander is die geen instrument speelt en dus geen band heeft. Een simpele rekensom leert ons zelfs dat er zo geen IJslanders zijn. De rekensom besparen we u hier, maar de conclusie is wel dat vrijwel iedere IJslander jonger dan 35 in een band speelt.

Ook de verschillende hostels in de stad organiseren enkele concerten, en niet alleen voor de gasten. Zo heb je KEX hostel, een tot hostel omgebouwde koekjesfabriek die, in samenwerking met de Amerikaanse radiozender KEXP Seattle concerten organiseert die dan live uitgezonden. In het begin konden we de moed nog opbrengen om naar die hostel, ver van alle andere locaties te stappen, maar na twee dagen hebben we het opgegeven aangezien er altijd zo veel volk staat dat je niets van de optredens kan zien en het dus de moeite niet is om telkens zo ver te stappen. Ook in onze eigen hostel, Downtown Hostel, konden we genieten van enkele optredens, aangezien Of Monsters and Men op het laatste moment heeft afgezegd, moesten we het doen met enkele minder bekende IJslandse en andere bands, maar die waren toch allemaal de moeite waard. Zo zagen we de Noorse band Philco Fiction bezig in onze hostel (zie foto) waarover meer in het volgende deel uit deze reeks.

Voor de rest heb je nog andere speciale off-venueshows. Zoals die in het Nordic House, waar alleen Noordse bands een akoestische set mogen spelen. Een erg mooie locatie, ietwat buiten het stadscentrum, waar de verschillende bands ook even de tijd nemen om wat over hun muziek te spreken.

Al deze optredens zijn bovendien gratis, dus als je naar Iceland Airwaves wil gaan, hoef je geen festivalticket te kopen om van de sfeer te kunnen proeven. Je kan evengoed een reisje naar IJsland maken en genieten van de verschillende optredens in cafés, hostels en andere locaties. Het volgende deel uit deze reeks zal handelen over de muzikale ontdekkingen die we deden op Iceland Airwaves. U zal kunnen lezen over FM Belfast, Agent Fresco, Vigri, Lára Runars, Mammút, Gudrid Hansdottir, en anderen.

Aron

zaterdag 10 november 2012

Concertverslag: Godspeed You! Black Emperor (Koninklijk Circus)



Met enigszins gemengde verwachtingen trok ik op 7 november naar het Koninklijk Circus in Brussel voor de cultband Godspeed You! Black Emperor. Na een jarenlange stilte rond de groep brachten ze bijna twee jaar geleden en geheel onverwacht al een bezoek aan deze gezellige zaal, toen met een verstommende drie uur durende set. Ik zag ze voor het eerst en mijn grote vraag die avond was: kan Godspeed de sfeer en de opbouw van hun platen ook naar het podium vertalen?
Eerst mocht Baby Fire echter een half uur het publiek opwarmen. Ze brachten het er jammer genoeg vrij slecht vanaf. Een beetje ongeïnspireerd brachten de gitariste en de drumster wat clichématig opgebouwde nummers met bijwijlen vreselijke teksten (I like to wash my wash/ I use soap). Het is sowieso al moeilijk om wat gelaagdheid of diepgang te brengen als je maar met twee bent, maar zelfs het enthousiasme leek hen te ontbreken. De gitariste moest voortdurend op zoek naar het juiste akkoorden, die mijns inziens toch eerder simpele basisakkoordjes waren. Het enige speciale was dat hun nummers consequent leken te stoppen op het slechtst mogelijke moment in de opbouw.
Maar goed, niemand liet dat aan zijn hart komen. De post-rockband (laten we ze zo even noemen, hoewel ze zich eigenlijk niet zomaar in hokjes laten duwen) met de grootste status stond op het programma! Hun excentriciteit manifesteerde zich al vanaf het begin bij het opkomen. Nog even rustig aan de instrumenten prullen, één voor één opkomen, het publiek niet groeten, geen woord zeggen (zoals gedurende het hele concert) en uiteindelijk allen plaatsnemen in een halve cirkel zodat iedere muzikant evenwaardig is. Daar draait het bij dit maatschappijkritisch collectief nu eenmaal over, ook in hun nummers en visuals. Die laatsten waren een combinatie van repetitieve en vage beelden over treinen, geschriften en later op de avond ook alarmen en beurscijfers.
Hope Drone begon zich al snel te ontspinnen en vormde de ideale intro voor wat in mijn ogen een drie uur durende trip moest worden door een muzikaal landschap wat ik nooit eerder had beleefd. Ze kleefden er meteen Mladic aan vast, een nummer van de nieuwe plaat dat me live wél wist te overtuigen. De drive zat erin, en door de apotheose aan het einde van Mladic ging het publiek meteen volledig overstag. Moya, uit Slow Riot For Zero Kanada (1998) volgde. Een eerder glad gebracht nummer, maar het klopte helemaal.
Helaas werd daarna de drive uit het hele concert gehaald. Behemoth - zo bleek het 4de nummer achteraf te heten - was een nooit uitgebracht nummer dat maar liefst drie kwartier (!) van de set innam, en bij uw schrijver eerder overkwam als 3 saaie nummers die niet echt uit de startblokken leken te komen en waarbij menig man zijn kans zag om even langs het toilet te gaan. Toen er dan toch een groot muzikaal spektakel kwam op het einde, was Godspeed mijn aandacht al lang verloren en moest ik mijn best doen om toch nog te genieten van het concert. Kwam het door het feit dat Godspeed nu eenmaal geen gemakkelijke muziek maakt en dus nieuwe nummers live minder evident zijn? Kwam het misschien door mijn zitplaats waardoor de betrokkenheid minder groot was? Of miste ik misschien heel het optreden lang de samples en sfeerschepping via bepaalde geluiden die ze vandaag niet meebrachten? Het blijft een mysterie, want vele stemmen die ik achteraf hoorde bleken wel degelijk lyrisch te zijn over het hele optreden.
Gelukkig was ik opnieuw bij de les gebracht toen ze The Sad Mafioso brachten, een deel van East Hastings uit 1996. Het zeer mooie nummer, gekenmerkt door vier noten die vaak herhaald werden, werd meteen op enthousiasme onthaald door het publiek. Dit nummer werkte weer zoals dat met Moya ook het geval was. Mijn gevoel was dat het optreden nu eindelijk de richting uitging die ik wilde, nog een klein uur hadden ze om het beste van zichzelf te geven.
En toen gingen de lichten aan. Er was ons nog geen twee uur gegund, waarvan drie kwartier voor dat ene nummer. Ik geloofde niet wat ik zag, was er nog even van overtuigd dat ze nog terug zouden komen, maar ging uiteindelijk zwaar ontgoocheld naar huis. Cynisch dacht ik bij mezelf: gelukkig dat ik nog even verloren was gelopen vooraf, zo heb ik mezelf toch een stukje Brussels toerisme gegund deze avond. Het antwoord op mijn cruciale beginvraag was uiteindelijk: ze hebben me al veel sterker weten beroeren op pakweg een gure avond in een donker klein kamertje, mét ambigue opnames en vooral ook, met nummers uit hun beste album: Lift Your Skinny Fists Like Antennas To Heaven. Maar dat zal hen misschien te mainstream zijn geworden...

Maarten

Single van de week: Maya's Moving Castle - Next life


Niet superrecent meer, maar kom, sommige nummers zijn nu eenmaal zó goed dat dat nu ook weer niet zo veel uitmaakt. Schitterende eerste single van deze enorm beloftevolle Belgische band!

vrijdag 9 november 2012

CD-review: Tame Impala - Lonerism




Het debuutalbum van Tame Impala, Innerspeaker, was nog maar net uit of er werd al gesproken over een tweede album, dat is er nu gekomen en heet Lonerism. De band omschreef zichzelf altijd als een psychedelische groove-rockband die deint op een golf van dromerige melodieën. We willen de bandleden niet beschuldigen van overmatig druggebruik, maar Lonerism lijkt het gevolg te zijn van een uit de hand gelopen lsd-trip.


Lonerism heeft als thema eenzaamheid en dat moet door de albumcover geaccentueerd worden. Daarop zie je de Jardin du Luxembourg in Parijs, maar werd de foto genomen van achter een metalen hek om de eenzaamheid van de fotograaf te accentueren. Die fotograaf is trouwens Kevin Parker, de zanger van Tame Impala, zelf die de foto nog liet bewerken door Leif Podhajski die ook al de hoes van Innerspeaker voor zijn rekening nam.
Innerspeaker betekende de doorbraak van Tame Impala. De psychedelische rock die door het Australische vijftal geproduceerd werd, deed in het beste geval aan The Beatles denken en leverde zanger Kevin Parker en zijn kornuiten een schare fans op en een karrenvracht aan muziekawards voor beste album, doorbraak van het jaar en voor Kevin Parker persoonlijk, een nominatie voor songwriter van het jaar 2011. De kans dat Lonerism even goed doet, lijkt ons klein.
Zo is het eerste nummer op de plaat, ‘Be above it’ een wel heel vreemde opener. Het begint met een hijgende stem die de titel maar blijft herhalen, het hele lied door om later bijgestaan te worden door monotoon, inspiratieloos drumwerk. Later komt door de stem van Parker bij die, we vermoeden dat de band weinig inspiratie had, ook nog eens doodleuk en het hele lied door blijft herhalen dat hij ergens boven moet staan.
Voor de rest stellen we ons ook vragen bij het nummer ‘She just won’t believe me’, een intermezzo van 57 seconden waarin alle instrumenten die de bandleden ter beschikking hebben, een plaats in hebben. Tame Impala leek hiermee een soort pink-floydachtig nummer te willen maken, maar faalt grandioos. Het daaropvolgende ‘Nothing that has happened so far has been anything we could control’ wordt dan weer nodeloos lang uitgesponnen, net als de titel van het nummer zelf.
Toch is het niet allemaal slecht. ‘Elephant’, bijvoorbeeld is een erg geslaagd nummer en doet ons zelfs denken aan het beste dat Syd Barrett te bieden had. Indrukwekkende psychedelische synthgeluiden, een stem die uit de verte lijkt te zingen. Dit is het betere werk. Ook het vooruitgestuurde ‘Apocalypse Dreams’ lijkt een mooie mix van Cream en Pink Floyd. ‘Endors Toi’, wat Frans is voor: “ga slapen”, doet daar ook wat aan denken en lijkt je mee te nemen naar een droomwereld.
Alles welbeschouwd is Lonerism geen gedenkwaardig album. De meeste nummers zijn even vluchtig als hoog alcoholische ontsmettingsmiddelen, en de hoogtepunten op deze langspeler zijn eerder schaars. Deze schaarse hoogtepunten zijn dan wel muzikale toppers in de beste traditie van de psychedelische rockbands en zorgen er voor Tame Impala nog net een voldoende uit de brand weet te slepen.

Aron


woensdag 7 november 2012

Concertverslag: Iceland Airwaves 2012 deel 2: Enkele verslagen

Iceland Airwaves 2012 was een festival waarop we ons heel erg goed geamuseerd hebben. Was het niet tijdens de optredens, dan was het wel tijdens de afterparties of tijdens het consumeren van alcoholisch getinte dranken samen met onze nieuwe vrienden. We hebben uiteraard ook heel veel interessante nieuwe bands leren kennen, zoals Gudrid Hansdottir, Samaris, Lára Runars en dergelijke. Over die bands leest u meer in ons discovery-stuk in deze reeks. Wij willen het vandaag vooral hebben over de al beter gekende bands zoals Patrick Wolf, Boy, Sóley, Of Monsters and Men en Olafur Arnalds.

Bijschrift toevoegen
Beginnen doen we met het optreden van Sóley, of de optredens van Sóley, want vrijwel elke band op Airwaves speelt meerdere shows op dit festival. We keken heel erg uit naar het optreden van Sóley aangezien we haar muziek echt top vinden en hadden haar optredens dus elke dag met stip aangeduid. Zo probeerden we haar twee keer te zien op woensdag, de eerste dag van het festival, maar draaide dit op een sisser uit. Haar eerste optreden, off-venue, deed Kex Hostel zo vollopen dat we het podium niet konden zien en bijgevolg ook de erg kleine Sóley niet.

 's Avonds beter dachten we dan. De zangeres speelde in Idno, een heel fijne locatie in de buurt van Tjörnin (een meer in centrum Reykjavík). Toen we toekwamen, konden we onze ogen niet geloven, er stond een ellenlange rij en na de mensen in de rij even geteld te hebben toen we achteraan aansloten bleek dat er meer dan 200 mensen voor ons stonden. We hebben het opgegeven en gingen naar iets anders kijken. Op donderdag speelde ze in het kunstmuseum van Reykjavík, hier konden we haar eindelijk aan het werk zien en we stonden dan nog vrij dichtbij ook. Sóley probeerde er de sfeer in te brengen, maar slaagde er niet in het ietwat makke, met hipsters gevulde publiek mee te krijgen. Eindelijk was het gelukt om haar bezig te zien maar werden we toch teleurgesteld.


We begonnen te vrezen dat de artieste live niet te veel voorstelde, maar toen we haar zagen spelen in Restaurant Reykjavík kon ze ons van het tegendeel bewijzen. Ze speelde een fantastische show en ook haar prachtige stem kwam er heel goed door. De overheerlijke kom tomatensoep die we verorberden tijdens het concert, was niet het enige dat bij ons heel erg in de smaak viel. Sóley live was dus wel de moeite, maar dan moet de zaal echt helemaal mee gaan of moet het optreden op een ietwat speciale locatie plaatsvinden.

Boy

De volgende band was weer een van onze discoveries en alweer een optreden waar we naar uitkeken. We konden de twee dames twee maal aan het werk zien, een eerste keer in de hostel waar wij verbleven, maar helaas hadden we ons overslapen waardoor er geen plaats meer was binnen en we het concert vanuit onze kamer probeerden mee te pikken. We hadden al snel door dat dit zinloos was en we dus ietwat langer moesten wachten om het tweetal aan het werk te kunnen zien.

Een dag later was het dan zover om twintig na twaalf 's nachts begonnen Valeska en Sonja aan hun erg intieme set. Het tweetal zei dat ze deze keuze moesten maken omdat ze vergeten waren hun drummer in de koffer te steken. Dat was ook niet het enige dat de twee vergeten waren, zo hadden ze de setlist vooraf niet vastgelegd en werd er tussen de liedjes door eens nagedacht over welk lied ze nu moesten spelen. Dat was echter niet storend en Valeska en Sonja deden met hun vrolijke deuntjes en opzwepende muziek de zaal meerder keren ontploffen. Vooral Little Numbers en Drive Darling waren de hoogtepunten van de set.

Of Monsters and Men

We zijn al geruime tijd fan van Of Monsters and Men, en had deze blog al sinds 2011 bestaan, had u al veel eerder kennis kunnen maken met deze IJslandse folkpopband. Na hun toffe optreden in de AB gezien te hebben eerder dit jaar, waren de verwachtingen wederom hooggespannen. De zaal zat afgeladen vol, OMAM is in eigen land duidelijk heel erg populair en door sommige Ijslanders werd zelfs geopperd dat ze momenteel populairder zijn dan Sigur Rós in IJsland. Ook speelden ze die avond hun laatste optreden met accordeonist Árni 'Snellie' Gudjónsson, die niet mee gaat op de Amerikaanse en Europese tour omdat hij niet graag meer tourt, zo vertelde hij ons in eigen persoon.

Het optreden dan. We kunnen alleen maar zeggen dat het subliem was, zoals altijd, en ook het moppen tappen zijn ze nog niet verleerd. Zo dreigde zangeres Nanna Bryndis Hjalmtisdóttir ermee om drummer Arnar Rosenkranz' drumstick in het publiek te gooien. Dat was grappig omdat Rosenkranz die stick met heel veel moeite had teruggekregen nadat hij hem tijdens een optreden in Duitsland per ongeluk in het publiek had gegooid. Nu ja, de setlist zal onderhand wel al door iedereen gekend zijn en naar gewoonte sloten ze af met Little Talks, heel luid door iedereen meegebruld (welke van hun nummers is dat niet meer) en nadien Yellow Lights. Wij zagen een tof en goed concert, meer moet dat niet zijn.

Patrick Wolf (acoustic)



U kon hier al eerder lezen over het geweldige optreden van Patrick Wolf in de AB en we vroegen ons af of hij in IJsland even goed kon doen. In de mooie maar kleine Frikirkjan in Reykjavík speelde Patrick Wolf wederom een heel erg goed concert. Ook de setting was prachtig en Patrick liet zich van zijn beste kant zien. Toen hij vroeg of er verzoeknummers waren, schreeuwde een fan dat hij een welbepaald nummer moest spelen (de titel kenden we niet). Toen Wolf dat nummer heel kort, in de vorm van een kinderrijmpje speelde,   was de fan ongerust dat Patrick hem aan het uitlachen was. De artiest begon dan uit te leggen waarom hij het zo speelde en de fan bleek gerustgesteld.

Ook hits als Lighthouse en Hard Times passeerden de revue en het publiek in de kerk ging er, zij het, geheel conform de locatie, ingetogen, in mee. Na de set kreeg de Brit een oorverdovende, staande ovatie en dat was niet minder dan verdiend.

Ólafur Arnalds

Het laatste concert dat we hier bespreken, is dat van Ólafur Arnalds in het Nordic House. Net zoals bij Patrick Wolf een akoestische set waar Ólafur enkel geflankeerd werd door een violist en een cellist. Een wel heel erg intieme set en we zaten ook vlak achter de IJslander waardoor we dubbel zo hard genoten van zijn muziek. Arnalds droeg een nummer, we denken til enda, op aan zijn oma.

Even voor het einde bleek dat de cellist en de violist niet langer konden blijven en Ólafur ging dan maar in zijn eentje verder. Althans dat dachten we. Toen zijn piano begon te verstommen naar het einde van het lied toe, hoorden we in de verte de cello en viool weerklinken. Dit was een prachtig en magisch moment, dat we voor eeuwig zullen koesteren.

Slot

We hebben, zoals we aan het begin al zeiden, heel erg genoten van dit festival en daarom maken we er ook een vijfdelige reeks over. Het volgende artikel in de reeks zal gaan over het concept van de off-venueshows.

Aron

dinsdag 6 november 2012

Concertverslag: Iceland Airwaves 2012 (deel 1)

Algemene introductie

Dit is het eerste deel uit onze vijfdelige reeks over het muziekfestival Iceland Airwaves. Velen van jullie hebben wellicht nog nooit over dit festival gehoord en misschien is het tijd om daar iets aan te veranderen.  Rolling Stone magazine noemt Iceland Airwaves "the hippest long weekend on the musical calendar". De festivalorganisatoren omschrijven het als volgt: "It's 4 a.m. You've been to five cool clubs, seen ten great beands, made fifteen new friends and fallen in love for twenty times. You're tired, you're wired. You're ready to find a bed. You're ready to find the afterparty. You can't believe you're here. You're already making plans to come back next year. And guess what? It's still Day One." Marketingtalk denk je dan, maar de ervaring leert ons dat de waarheid daar heel dicht bij ligt.

Het festival is ontstaan in 1999 toen luchtvaartmaatschappij Icelandair in een hangar op de luchthaven een dag lang enkele concerten organiseerde en daarvoor internationale artiesten en journalisten voor uitnodigde. Dat bleek goed mee te vallen en sindsdien is Airwaves uitgegroeid tot een internationaal gebeuren dat vijf dagen duurt en festivalgangers van over de hele wereld aantrekt.


Die festivalgangers kunnen ook heel wat bands zien en ontdekken (daarover meer in deel vier van deze reeks) maar ook het land zelf ontdekken. Zo kan je er voor kiezen om aan sightseeing te doen overdag en 's avonds de concerten meepikken. Je kan je dagen ook volledig muzikaal invullen door naast het officiële programma, zo'n 250 optredens, de zogeheten off-venueshows aan te doen. Voor wie denkt dat deze shows wat mindere kwaliteit en kwantiteit bieden heeft het mis. Zo zagen wij Ólafur Arnalds, Boy, Sóley, Of Monsters and Men, For a Minor Reflection en dergelijke op enkele van die 450 (!) off-venueshows. Maar over die optredens lees je meer in deel 3 van deze reeks.


Na de verschillende concerten kan je direct naar je verblijfplaats gaan, maar wij kunnen toch aanraden de stad in te duiken om te feesten in de vele cafés in Rekjavík. Vooral op vrijdag en zaterdag kunnen we u verzekeren dat die afterparties de moeite waard zijn. Je krijgt ook geregeld de kans de verschillende artiesten beter te leren kennen aangezien ze veelal ook feestend de nacht ingaan. Zo kwamen wij, toevallig, terecht op de Of Monsters and Men afterparty en leerden enkele van hen kennen.

Iceland Airwaves was een heel leuke ervaring die we iedereen kunnen aanbevelen. We vonden het nogal moeilijk om de sfeer samen te vatten in geschreven woorden, dus kunnen we u aanbevelen om de onderstaande documentaire, geregisseerd door Gudjón Jónsson in opdracht van Icelandair, over Airwaves te bekijken.




Aron