dinsdag 16 april 2013

Don't look back in anger: Rodriguez


Weinig verhalen uit de muziekgeschiedenis zijn fascinerender dan dat van de Amerikaanse singer-songwriter Sixto Rodriguez, meestal gewoon Rodriguez genoemd. Vorig jaar kwam de documentaire ‘Searching for Sugar Man’ (Oscar voor beste documentaire) uit, die het bijzondere verhaal van de beste man terug onder de aandacht bracht. Intussen kondigde hij ook een nieuwe tour aan, die hem langs Coachella en Primavera Sound brengt (een verslag van dat laatste festival volgt eind mei!).

Rodriguez, zoon van Mexicaanse immigranten, werd geboren in 1942. Al snel ontdekte hij de liefde voor de muziek, en begin de jaren ’70 bracht hij kort na elkaar twee albums uit, ‘Cold fact’ (1970) en ’Coming from reality’ (1971). Beiden deden het commercieel heel slecht, en Rodriguez werd dan ook al snel ontslaan door zijn platenfirma, een geplande derde plaat kwam er niet, en hij trok zich grotendeels terug uit de muziekindustrie. Tot zover een verhaal uit de duizend, zou u denken, en dat is het in feite tot op dat moment ook wel.

Al snel ging hij opnieuw over naar een gewoon leven (al bleef hij ook wel nog met muziek bezig, zij het heel ver verwijderd van de spotlights), en werd hij als het ware een man van twaalf stielen en dertien ongelukken. Een kans om vereeuwigd te worden in het collectieve muziekgeheugen leek hij op het eerste zicht gemist te hebben. Vreemd genoeg begonnen zijn twee albums halverwege de jaren ’70 aan te slaan in Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Zimbabwe en Botswana (of all places!), wat hem uiteindelijk eind de jaren ’70 zelfs een reeks optredens in Australië opleverde. Heel lang duurde de kleine opwelling van succes evenwel niet, en in de jaren ’80 was het allemaal weer back to normal voor Rodriguez.

Zonder dat hij het zelf wist werd zijn muziek echter enorm populair in Zuid-Afrika, waar hij vergeleken werd met onder andere Bob Dylan, en enkele van zijn nummers zelfs heuse anti-apartheid anthems werden. Rodriguez groeide er uit tot een echte superster, maar dan wel nog steeds zonder dat hij er zelf iets van wist (wat er allemaal niet mogelijk was in het pre-internet tijdperk!). Hardnekkige geruchten deden er zelfs de ronde dat hij in de jaren ’70 zelfmoord zou gepleegd hebben tijdens een optreden.

Pas in 1998, toen zijn dochter per toeval een Zuid-Afrikaanse website over hem tegenkwam, kwam hij te weten dat zijn muziek enorm succesvol was in Zuid-Afrika. Naar het schijnt vernam hij het nieuws dat hij een superster is toen hij ergens in Detroit op een bouwwerf aan het werk was.
Al snel volgde een tour in het land, een bijbehorende DVD, en uiteindelijk in 2012 dus de documentaire ‘Searching for Sugar man’, die hem meteen ook in Amerika en Europa heel wat succes en een heel terechte cultstatus opleverde.

Vast en zeker een aanrader, die documentaire, en ook de prachtige folkrock van de beste man mag er zeker zijn!



Corneel

zaterdag 13 april 2013

Single van de week: Eins Zwei & The Parallel Cinema – Don’t come near me (cocaine)


Ongetwijfeld de band met de vreemdste naam die we hier al tegengekomen zijn, dus een woordje uitleg is wel op zijn plaats: de band (vroeger Eins Zwei Orchestra genaamd) komt uit Nederland, en het genre wordt weleens omschreven als 'Bollywoodpop'. Hun tweede, selftitled album kwam onlangs uit, en is eigenlijk een ode aan 100 jaar Bollywood. Deze eerste single is alleszins volgens ons een prachtig en aanstekelijk nummer, gedreven door al even mooie viool- en drumritmes. Live waarschijnlijk ook heel erg de moeite (mede dankzij de Indische instrumenten, danseressen,...), hopelijk zit een Belgische festivaltour er dus ook in!

vrijdag 12 april 2013

Cd-review: Everything Everything - _Arc_

Er zijn tegenwoordig heel wat bandjes in het indie-pop genre. Je kent ze wel, met hun opzwepende ritmes, strakke gitaren en een grote synth-invloed, veroveren bands als Foals, Django Django, We are Animal en dergelijke de wereld. Nooit is het slecht, toch is de inspiratie soms ver te zoeken en verzanden de meeste cd's in een opeenstapeling van gelijksoortige nummers met weinig variatie. Dat kunnen we ook zeggen over de nieuwe cd van Everything Everything van wie het geluid vaak omschreven wordt als een allegaartje van progressive tot art-funk, met invloeden van Michael Jackson, The Beatles, Radiohead en R. Kelly. Het geheel is leuk, niet supergoed, ook niet slecht, maar verder dan leuk komen we echt niet.

Dat begint al bij het eerste nummer "Cough Cough". Een leuk begin met drums, wat samenzang en we menen zelfs hoestgeluiden te ontwaren. Leuk gevonden, het swingt de pan uit en het is aanstekelijk, alles wat we er van verwachten eigenlijk. Dit nummer is dan ook meteen het beste van heel de plaat. Nadien volgt "Kemosabe", de titel klinkt erg Japans, maar is het niet. Het blijkt uit een Amerikaans radio- en televisieserie te komen, 'The Lone Ranger' genaamd en zou een woord in het Potawatomi zijn. Dat is een al dan niet fictieve taal die gesproken wordt door Tonto een Native American sidekick uit de serie. Het zou iets betekenen in de zin van 'Loyale vriend'. Nu ja, buiten een leuk refrein en een catchy hey-geroep komt dit nummer helaas niet.

"Torso of the Week" dan maar. Drum en synth bouwen gestaag op, later komt de stem van Jonathan Higgs erbij. Die doet bij deze af en toe denken aan die van Irrepressibles-zanger Jamie McDermott en we vinden dit nummer dan ook betrekkelijk goed. Het is verder ook wat lang uitgesponnen, maar het verveelt nooit en dat is al zeker een pluspunt. Nadien wordt het ritme wat uit de plaat gehaald met "Duet", dat, geheel zoals de titel doet vermoeden, uitdraait op een duet. Niet het klassieke duet, eerder een moderne versie er van. We ontwaren ook een viool. Het lijkt het verhaal van een verwarde jongeman te brengen ('I don't know what's real and what's going on'). Hoewel dit nummer iets rustiger is, eindigt het met een behoorlijke apotheose en zelfs een voorzichtige poging tot gitaarsolo.

"Choice Mountain" gaat verder op dit rustigere elan, al doet het toch wel toffe begin anders vermoeden. Alweer kunnen we de stem van Higgs erg smaken en ook de onderliggende gedachte kan ons bekoren, de contemplatie op de toekomst van een onderdrukte jongeman is er een van het zoeken naar een plaats in de maatschappij, zoeken om op te vallen in een wereld die daar naar vraagt. Daarna is het tijd voor enkele vreemdere nummers. Zo doet de intro van "Feet for Hands" verdacht veel denken aan System of a Downs "Chop Suey". Is "Undrowned", met enkel gitaar en stem wel een leuk rustpunt, maar doet het voor de rest erg unheimlich aan en is titelnummer "Arc" erg kort.

"This House is Dust" is dan weer een erg goed nummer. Zo begint het met enkel sterk weergalmende drums, we vermoeden om eenzaamheid te simuleren die later bijgestaan worden door de geweldige stem van Higgs. Voorts lijkt het te gaan over de vergankelijkheid van het bestaan (een tot-stof-zult-gij-wederkeren-gevoel overheerst ons) en noopt de bridge, met enkel piano en stem ons tot een zachtjes mijmeren over de dingen des levens.

De plaat wordt afgesloten zoals het gestart is, met een geweldig nummer. "Don't Try" start met enkel de stem van Higgs en Pritchard. Nadien volgen de drums, gestage, ritmische basdrum, en gitaren. Dat alles mondt uit in een erg sterk nummer. Dat op de juiste momenten rustpunten zoekt en op al even juiste momenten er in slaagt een leuk refrein te brengen. Ook is er een pluim voor "Radiant" dat instrumentaal, qua opbouw en opzet volledig geslaagd lijkt.

De Manchurians Jonathan Higgs, Jeremy Pritchard, Michael Spearman en Alex Robertshaw werden in 2010 al genomineerd voor een BBC sound of... met als gevolg een welgesmaakt optreden op Pukkelpop in 2010 en een enthousiast onthaald debuutalbum (Man Alive). Zo leek de weg naar heldendom geplaveid, toch vrezen we dat voor deze jongens de weg nog lang is, en misschien wel erg hobbelig. Dat blijkt uit deze, overigens erg leuke, doch minder kwalitatieve cd, waar we tussen de mindere nummers toch zeker vier parels kunnen onthouden "Radiant", "Cough Cough", "Don't Try" en "Torso of the Week".


Aron

zondag 7 april 2013

Single van de week: Austra - Home

Onze  nieuwe single van de week. Home van Austra, een typisch Austra-nummer waarin piano goed samengaat met de prachtige stem van Katie Stelmannis. Al is het deze keer iets emotioneler dan gewoonlijker.


vrijdag 5 april 2013

Don't look back in Anger: Omar Souleyman


De naam Omar Souleyman is een waar begrip in de Syrische muziekwereld. Sinds 1994 is de man hot in Syrië, maar hij blijft weinig bekend buiten de landsgrenzen. Tot op heden heeft de man al meer dan vijfhonderd studio- en live albums bijeengesprokkeld, albums die je gemakkelijk kan vinden in de verschillende ramsjen die Syrische steden rijk zijn.

 

Souleyman begon zijn muzikale carrière in 1994 samen met enkele medewerkers die tot op heden nog steeds deel uitmaken van zijn band. De man is afkomstig uit het meer agrarische noord-oosten van Syrië, een regio die gekend is om zijn talloze muzikale tradities. Tradities die ook in zijn muziek te horen zijn, een mengeling van klassiek Arabische mawalstijl in de zang, een hoge Syrische Dabke-stem (Dabke is een soort van folkloristische dansstijl) en Iraakse Choubi. Maar ook Arabische, Koerdische en Turkse invloeden zijn te vinden in zijn muziek. Als u niet meer kan volgen, geen probleem, wij ook niet, maar de muziek spreekt voor zichzelf denken we.
 


Leh Jani was trouwens zijn eerste hit, die hem in 1996 cassete-kiosk-bekendheid verwierf, we kunnen het ons nu niet meer voorstellen, en hem over het hele land naam en faam bezorgde. Doorheen de jaren is zijn populariteit mondjesmaat gestegen en hij toert nu door Syrië en de rest van de wereld met zijn gevolg. Zijn meest merkwaardige festivals waren Bonnaroo Festival, Bestival en Glastonbury Festival. Een van zijn betere nummers vinden wij 'Hafer Gabrak Bidi' oftewel 'I will dig your grave with my hands'. Mochten we niet beter weten, we zouden denken dat het om metal gaat.



De man heeft al vele bekende en minder bekende festivals afgeschuimd en wij hebben hem leren kennen omdat hij dit jaar naar Iceland Airwaves komt. Daar zal het onderstaande nummer ongetwijfeld iets mee te maken hebben.



Aron

donderdag 4 april 2013

Discovery: Phantogram

Het duo dat we vandaag aan u voorstellen, komt uit de VS, Saratoga Springs in New York, om precies te zijn, bestaat sinds 2007, maakt indiepop en ging eerder al door het leven als Charlie Everywhere. Nu heten ze Phantogram en 'ze', dat zijn Josh Carter, die het vocale aspect en de gitaar voor zijn rekening neemt en Sarah Barthel, die evenals Josh Carter het vocale aspect voor haar rekening neemt en ze speelt bovendien keyboard. Ze omschrijven hun geluid als street beat en psych pop en kent hun muziek 'Lots of rythms, swirling guitars, spacey keyboards, echoes and airy vocals'.

Carter en Barthel hebben elkaar leren kennen op de middelbare school. Toen barthel in 2007 haar droom, het behalen van een diploma visuele kunsten, moest opbergen en Carter zijn experimenteel bandje 'Grand Habit' opdoekte, vonden de jeugdvrienden elkaar terug. Ze werkten samen enkele eerdere ideëen van Carter verder uit en zo was Charlie Everywhere geboren.



Charlie Everywhere toerde even in Saratoga Springs met het lokale platenlabel Sub-Bombin Records.Toen ze in januari 2009 tekenden bij het BBE label, veranderden ze hun naam naar Phantogram, geïnspireerd op de fantogram. Dat is een ouderwets toestel waarop tweedimensionale beelden driedemensionaal lijken. Ongetwijfeld een verwijzing naar de samenstelling waarmee de band de wereld, of toch een stuk er van afschuimt. tijdens die optredens wordt er immers een drummer, Tim Oakley, aan het duo toegevoegd.



In oktober 2009 tekenden ze bij het label Barsuk Records, waar ook Death Cab for Cutie en They Might Be Giants kind aan huis zijn. De band schrijft en neemt zijn muziek op in een schuur in New York die ze de Harmony Lodge noemen. Ze werkten eerder al samen met Big Boi van Outkast en tourden met onder meer Metric, Beach House, Yeasayer en The XX. Hun beste nummer is ongetwijfeld 'When I'm Small'.

Aron